Uitspraak GAT Dossiernr: GD0041

9 januari 2026, Eindhoven, Nederland
(deels) gegrond

 

Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten –
Nederlandlaan 234 – 2711 JH – Zoetermeer – KvK: 69709769 – st. geschil alternat thera NL63 INGB 0008108474 info@gatgeschillen.nl – Rijks erkend sinds 2017
gatgeschillen.nl

Uitspraak van de geschillencommissie of het disciplinair college

 

Uitspraken gedaan door de GAT commissie worden geanonimiseerd gepubliceerd en geanalyseerd. Dit gebeurt op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn. De analyses van de uitspraken zijn ter bevordering van de jurisprudentie en hebben tot doel een eenduidige geschillenbeslechting te bevorderen.

Uitspraken worden door de GAT ook gepubliceerd op geschillendossier.nl

Analyse Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten

Analyse van de GAT betreffende dit dossier:

– Een alternatieve therapeut moet altijd de grenzen van het vakgebied in het oog houden

– Schenden van wet en regelgeving kan gevolgen hebben voor de erkenning van de alternatieve therapeut

Hieronder is de online versie te lezen waar bij het anonimiseren rekening is gehouden met de leesbaarheid: Klik hier voor het originele pdf-document

Algemeen

Betreffende: ‘Klager’ – ‘Beklaagde’
Dossiernummer: GD0041
Datum uitspraak: 9 januari 2026

Verloop van de procedure

“Klager”, verder te noemen: klager, heeft op 19 maart 2025 een schriftelijke klacht ingediend tegen ”beklaagde”, handelend onder de naam “bedrijfsnaam beklaagde”, verder te noemen: beklaagde. Deze klacht is op 21 maart 2025 verder aangevuld met bijlagen. Beklaagde heeft op 8 april 2025 via “beklaagdes” gemachtigde “naam gemachtigde” van “bedrijf” Rechtsbijstand een verweer ingediend tegen de klacht van klager incl. bijlagen. Klager heeft op dit verweer op 15 april 2025 gereageerd en beklaagde heeft een laatste reactie ingediend op 8 mei 2025.

Er is een mondelinge behandeling gehouden op 25 november 2025 waar beide partijen bij aanwezig waren en zijn gehoord.

In eerste instantie is door beklaagde een niet-ontvankelijkheidsverweer gevoerd. Ter zitting is dit niet-ontvankelijkheidsverweer ingetrokken.

Klager is aangesloten bij het Collectief Alternatieve Therapeuten (CAT) en valt onder de klacht- en tuchtrechtregeling van GAT (Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten). De commissie stelt vast dat aan de formele vereisten is voldaan, zodat zij bevoegd is de zaak in behandeling te nemen. Na afloop van de mondelinge behandeling is geoordeeld dat de geschillencommissie voldoende geïnformeerd is en uitspraak kan doen.

Klacht

De schriftelijke klacht van de klager is als volgt samen te vatten:

Beklaagde is niet BIG-geregistreerd en voert behandelingen uit waarvoor “beklaagde” niet bevoegd is.

Klager is op 31 januari 2025 een behandelovereenkomst aangegaan met beklaagde met betrekking tot een botox behandeling aan de frons in “klagers” voorhoofd. Kort na de behandeling kreeg “klager” last van een gezwollen gezicht en gezwollen ogen en aanhoudende zeer ernstige pijnklachten, Dat bleef zo gedurende vier à vijf weken. “Klager” heeft hierover contact opgenomen met beklaagde. 

Beklaagde heeft daarop klager behandeld met een injectie met een oplossing – hyaluronidase – voor de traangootfiller die “beklaagde” bij klager in augustus 2024 heeft ingespoten. Deze behandeling bleek de bijwerkingen te verergeren.

Partijen hebben daarna via WhatsApp nog gecommuniceerd, waarbij de communicatie volgens klager steeds onvriendelijker werd. Uiteindelijk heeft klager contact opgenomen met “klagers” huisarts, die “klager” tweemaal een medicatie kuur heeft voorgeschreven (onder andere met Prednison) om de zwellingen tegen te gaan Omdat dit niet heeft geholpen is klager doorverwezen naar de dermatoloog. Ook die kon niet direct een oplossing bieden, anders dan het wegmasseren van de zwelling. Klager vraagt om € 15.000,00 schadevergoeding.

Tijdens de mondelinge behandeling is nog het volgende door de klager naar voren gebracht:

Klager geeft aan dat de zwellingen nog steeds niet volledig zijn verdwenen. “Klager” benadrukt nogmaals dat “klager” een botox behandeling heeft ondergaan waarbij een spuit met een lange naald is gebruikt en niet een behandeling met een derma-pen zoals beklaagde in “beklaagdes” verweer heeft gesteld. Klager is doorverwezen door iemand die ook een botox behandeling bij beklaagde heeft ondergaan. Ongeveer een jaar voor deze behandeling is “klager” ook al eens bij beklaagde geweest, toen voor fillers. Beklaagde heeft in het contact tussen partijen gesteld dat deze filler behandeling wel eens de oorzaak kan zijn geweest van de bijwerkingen. 

Tijdens de mondelinge behandeling heeft klager (via “klagers” dochter) spraakberichten laten horen van beklaagde. In die spraakberichten is onder andere te horen dat beklaagde zegt dat “beklaagde” al 20 jaar botox spuit. Er wordt nu meermaals verwezen naar botox en fillers. Ook noemt beklaagde in de opname een merknaam die verbonden is aan een botox-product.

Als antwoord op een vraag van de geschillencommissie geeft klager aan geen recensie op Google te hebben geplaatst over beklaagde.

Klager geeft aan dat de bijwerkingen grote gevolgen voor “klager” hebben gehad. “Klager” moest “naar buiten” en kon “klagers” gezicht niet verbergen en “klager” had veel pijn. Klager kon deels thuiswerken maar moest deels ook naar kantoor. En “klager” moest “klagers” dochter naar school brengen en ophalen.

Klager geeft aan dat “klager” kosten heeft gemaakt voor de dermatoloog, maar weet niet precies welk bedrag. “Klager” schat dat het gaat om ongeveer € 200,00.

Verweer therapeut

Het schriftelijke verweer van beklaagde kan als volgt kan worden samengevat: 

Beklaagde heeft in “beklaagdes” eerste verweer onder meer gesteld dat de ingediende klacht niet-ontvankelijk zou zijn en dat de Geschillencommissie derhalve niet bevoegd zou zijn om inhoudelijk van dit verweer kennis te nemen. Dit verweer is door beklaagde ter zitting ingetrokken en wordt daarom verder niet inhoudelijk behandeld.

Beklaagde geeft aan dat bij klager bekend was dat “beklaagde” geen arts is en dat “beklaagde” ook geen BIG-registratie nodig heeft omdat “beklaagde” geen botoxbehandeling heeft gegeven. “Beklaagde” betwist dat “beklaagde” een botox behandeling heeft uitgevoerd – waar “beklaagde” niet toe bevoegd is – maar dat “beklaagde” met een Derma-pen een microneedling behandeling heeft gegeven. Daarvoor is “beklaagde” als schoonheidsspecialist goed opgeleid. 

Beklaagde wijst erop dat klager als stellende partij de bewijslast draagt om aan te tonen dat beklaagde bij “klager” een botox behandeling heeft ondergaan.

Het is in theorie mogelijk dat er bijwerkingen ontstaan na een dergelijke behandeling. Beklaagde betwist echter het verband tussen de bijwerkingen en de door “beklaagde” uitgevoerde behandeling. “Beklaagde” stelt dat klager op dezelfde dag als de dag van de behandeling een behandeling moet hebben ondergaan bij een andere schoonheidsspecialiste. Deze conclusie trekt “beklaagde” omdat het rekeningnummer waarop de betaling van € 125,00 van klager is verricht, niet “beklaagdes” rekeningnummer is (met verwijzing naar het afschrift dat klager daarover in de procedure heeft gebracht). Ook wijst beklaagde erop dat klager de dag na de behandeling in een pretpark was. “Klager” heeft een foto van zichzelf gestuurd en op die foto zijn geen bijwerkingen te zien

Dat er in de app-berichten die beklaagde aan klager sturen wordt gesproken over botox betekent niet dat “beklaagde” daarmee erkent dat er een botoxbehandeling is uitgevoerd. “Beklaagde” bedoelt hiermee het botox effect van de Derma-pen geeft deze aan.

Tot slot stelt beklaagde dat de gevorderde schadevergoeding van € 15.000 moet worden afgewezen. “Beklaagde” is niet aansprakelijk. Bovendien is de vordering niet onderbouwd.

Tijdens de mondelinge behandeling is nog het volgende door de therapeut naar voren gebracht:

Beklaagde benadrukt dat op “beklaagdes” website duidelijk staat vermeld dat “beklaagde” schoonheidsspecialist en therapeut is. 

Niet alleen bedoelt beklaagde in “beklaagdes” app/voice berichten botox effect i.p.v. botox; ook spreekt “beklaagde” hierin over “beklaagdes” eigen botox ervaringen. “Beklaagde” komt uit “land” en in “land” is het heel gebruikelijk om daar zo over te spreken Maar in geen van de afgespeelde voice berichten erkent “beklaagde” dat “beklaagde” bij klager botox heeft ingespoten.

De “partner” van beklaagde wijst erop dat beklaagde alle benodigde certificaten heeft voor de behandelingen die “beklaagde” uitvoert en bij verschillende belangenorganisaties is aangesloten. En dat “beklaagde” een goede reputatie heeft. Ook werkt “beklaagdes” “partner” thuis en kan “partner” bevestigen dat klager alleen was tijdens de behandeling.

Beklaagde geeft aan dat “beklaagde” klager heeft willen helpen en dat “beklaagde” om die reden zoveel tijd heeft besteed aan contact met “klager” na de behandeling. 

Op de vraag van de Commissie of “beklaagde” een certificaat heeft om de Derma-pen te gebruiken geeft “beklaagde” aan dat dit via ANBOS moet zijn verlopen en dit certificaat op te gaan zoeken.

Er is geen schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen volgens beklaagde. Er is telefonisch gesproken over de behandeling. Normaal gesproken vraagt beklaagde aan klanten om een consent formulier te tekenen. Voor de behandeling van klager heeft “beklaagde” dit niet gedaan want klager had veel haast en had hier geen tijd voor.

De afspraak was gepland om 11:00 uur. Dit blijkt uit de app berichten tussen partijen. Beklaagde laat zien dat “beklaagde” om 11:07 uur een Tikkie van € 125,00 naar klager heeft gestuurd voor de behandeling. Ook bevestigt “beklaagde” betaling te hebben ontvangen. 

Uit de schriftelijke stukken van klager blijkt dat er om 11:08 uur een bedrag van € 125,00 is afgeschreven.

Op de vraag van de Geschillencommissie antwoordt beklaagde dat een Derma-pen behandeling tussen de € 90,00 en € 125,00 kost.

De beoordeling

De beoordeling

Voor de vraag of beklaagde tekort is geschoten in het kader van de aan klager gegeven behandeling is ondermeer van belang welke behandeling er heeft plaatsgebonden. Als beklaagde tekort is geschoten is één van de vervolgvragen of klager als gevolg daarvan schade heeft geleden en of beklaagde deze schade dient te vergoeden en zo ja, hoe hoog die schadevergoeding dan dient te zijn. 

Ook moet de geschillencommissie beoordelen of het antwoord op deze vragen nog andere gevolgen voor beklaagde dient te hebben.

Bevoegdheid

Artikel 36 Wet BIG bepaalt dat het geven van injecties (waaronder botox) een voorbehouden handeling is, uitsluitend toegestaan aan artsen en enkele andere bevoegde beroepsgroepen. 

Artikel 35 Wet BIG verbiedt het beroepsmatig verrichten van voorbehouden handelingen door onbevoegden, tenzij onder opdracht en toezicht van een bevoegde. 

Beklaagde is geen arts en behoort ook niet tot een andere beroepsgroep die bevoegd is een injecties te geven. Hierover bestaat ook geen geschil tussen partijen. Indien beklaagde wel een botox behandeling zou hebben uitgevoerd bij klager, dan handelt “beklaagde” hiermee in strijd met voornoemde wetsartikelen.

Gegeven behandeling

De geschillencommissie komt aan de hand van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat beklaagde bij klager wel degelijk een botox behandeling heeft uitgevoerd. Daaraan legt zij het navolgende ten grondslag:

Dat klager kort na de behandeling last kreeg van een gezwollen gezicht en gezwollen ogen en aanhoudende zeer ernstige pijnklachten staat op zichzelf tussen partijen niet ter discussie en blijkt ook uit de foto’s en communicatie die klager en beklaagde onderling destijds hebben uitgewisseld. 

In de app berichten en in de voiceberichten is duidelijk en veelvuldig het woord “botox” te horen. Uitspraken van beklaagde zijn blijkens de hoorzitting gehoorde geluidsopnamen, ondermeer: 

  • “ik spuit al botox al 20 jaar”;
  • “Als jij zo heftig reageert op botox tussen wenkbrauwen 0,5 cc”. 
  • “Nogmaals ik spuit botox al 20 jaar. Verdovingsmiddel, lidocaïne stress erbij. Bij botox kan je heel veel krijgen. Voor botox kan je niet oplossen. Veel water drinken en ijs op doen. Nog steeds niets aan de hand 99% gaat goed. Kan komen praten. 1 keer in de zoveel jaar gebeurt er iets. Elke dag in 20 jaar. Bij jou is het dik en zwelling. Nog steeds en niks aan de hand. Extra vitamine pakken”. 
  • “Ik weet het niet. Gisteren al, heftig reageert op botox 0,5 cc gebruikt tussen wenkbrauwen,  dat is heel weinig. Misschien verkouden of problemen met immuunsysteem. Meestal als mensen verkouden zijn of worden of tocht door raam. Morgen of overmorgen wordt minder. In “land” ook koud, Misschien is je immuunsysteem niet zo sterk”;
  • “Als jij tussendoor ergens anders botox gebruikt dat kan iets over hebben van andere botox. Constant hetzelfde merk Azzalure gebruikt, niemand klaagt daarover.  Misschien verdovingsmiddel Botox is hetzelfde. Heb echt niets nieuws toegevoegd”.

Dat het beklaagde is die op de opnamen was ter zitting is door beklaagde die meeluisterde niet betwist.

In het laatste citaat spreekt beklaagde over Azzalure, dit betreft een merknaam van botox (botulinetoxine) product. Beklaagde bevestigt daarnaast ook in een geschreven app-berichtje (als bijlage in de procedure gebracht door klager) tijdstip 20:56, dat de botox die “beklaagde” gebruikt van het merk Azzalure is. 

Bovenstaande uitspraken van beklaagde wijzen onmiskenbaar op een door beklaagde bij klager uitgevoerde botox injectie. De verklaringen die beklaagde heeft gegeven (dat “beklaagde” botox effect bedoelt dan wel spreekt over botox bij zichzelf) acht de Geschillencommissie niet in lijn met de uitspraken en niet geloofwaardig aangezien “beklaagde” de uitspraken deed in het kader van een app-wisseling over de behandeling die “beklaagde” klager gaf en gezien het feit dat beklaagde zowel in een geschreven als in een ingesproken bericht de merknaam van een botox (botulinetoxine) product noemt. 

Ten overvloede constateert de Geschillencommissie dat de Derma-pen behandeling volgens de website van beklaagde € 90,– kost terwijl vaststaat dat beklaagde € 125,– voor de behandeling heeft betaald. Een Derma-pen behandeling duurt gemiddeld 20 tot 30 minuten. De behandeling van klager is aangevangen omstreeks 11.00 uur en om 11.07 uur is het tikkie voor de uitgevoerde behandeling al gestuurd. Het is niet aannemelijk dat in een dergelijke korte tijd een Derma-pen behandeling is uitgevoerd. Tot slot acht de Geschillencommissie het ook gezien de ernst van de bijwerkingen aannemelijker dat er een botox behandeling heeft plaatsgevonden.

Het is beklaagde ook aan te rekenen dat “beklaagde” niets over de behandeling op papier heeft gezet. Dat “beklaagde” klager geen consentformulier heeft aangeboden vanwege haast, is iets wat voor rekening en risico van beklaagde komt. Van een goed handelend behandelaar mag worden verwacht dat “beklaagde” in een dergelijk geval geen behandeling uitvoert.

Gelet op alles zojuist beschreven omstandigheden van het geval, een gedetailleerde toelichting van klager ten aanzien van de behandeling, alsmede gelet op de inhoud van de appberichten en voice-berichten, is de enkele mondelinge – blote – ontkenning van beklaagde dat “beklaagde” geen botoxbehandelingen heeft uitgevoerd, onvoldoende. Uit het dossier lijkt juist het tegendeel bevestigd te worden. De Geschillencommissie verwijst hiermee naar een uitspraak van de Rechtbank Oost-Nederland van 29 maart 2013 (ECLI:NL:RBONE:2013:2835).

De Geschillencommissie gaat er dan ook van uit dat beklaagde op 31 januari 2025 in opdracht van klager botox in de frons heeft ingespoten en dat als gevolg hiervan zwellingen in het gezicht van klager zijn ontstaan. Nu de behandeling door beklaagde en de klachten van klager vaststaan, stelt de Geschillencommissie vast dat beklaagde niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwame en redelijk handelend vakgenoot zou doen en dat beklaagde daarmee dus ondeugdelijk heeft gepresteerd (ex. artikel 7:453 BW). “Beklaagde” is immers niet bevoegd om deze behandeling uit te voeren. Het onbevoegd uitvoeren van een procedure betekent dat er sprake is een wanprestatie. Op grond van art 6:74 BW is beklaagde als gevolg daarvan aan klager een schadevergoeding verschuldigd.

Causaal verband schade en behandeling

De Geschillencommissie neemt ook een causaal verband aan tussen de behandeling en de bijwerkingen. Beklaagde stelt dat de medische klachten van klager die bekend zijn en kort na de behadeling bij klager zijn ontstaan een andere oorzaak kan hebben, te weten: een schoonheidsbehandeling die klager nog dezelfde dag bij een andere salon zou hebben ondergaan. Dat zou blijken uit het door klager overgelegde betaalbewijs, dat wel eenzelfde naam vermeldt als gevoerd door “beklaagdes” salon, maar niet het bankrekeningnummer van beklaagde. 

Het betreft een betaling met een Tikkie. Het betaalde bedrag en de naam van de salon komen wel overeen. Dat betaling is ontvangen van het om 11:07 door beklaagde aan klager toegezonden tikkie wordt ook niet ontkend. 

Dat het rekeningnummer niet overeenkomt met door beklaagde getoonde bankrekeningnummers van o.a. “beklaagdes” bankpas kan echter ook verklaard worden doordat Tikkie met tussenrekeningen (ook van ABN Amro) werkt en levert dus geen bewijs op dat het geen betaling aan beklaagde zou kunnen betreffen. 

Gezien het beschreven tijdsverloop (11:07 Tikkie gestuurd door beklaagde – 11:08 betaling zijdens klager) kan het niet anders zijn dan dat de vorengenoemde Tikkie-betaling de betaling van klager aan beklaagde betrof. Derhalve wordt het verweer dat de klachten het gevolg zouden zijn van een andere schoonheidsbehandeling op dezelfde dag door een ander schoonheidssalon verworpen. Daarmee kan redelijkerwijs niet worden betwijfeld dat de medische klachten van klager het gevolg zijn van de bij beklaagde ondergane behandeling. Ook gezien het feit dat het typisch klachten betreft die kunnen optreden als een dergelijke behandeling niet helemaal goed wordt uitgevoerd.

Schade komt voor vergoeding in aanmerking

Uit HR 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:500 volgt dat de schade die klager heeft geleden voor vergoeding in aanmerking komt als er een direct verband is met het onrechtmatig handelen. Voor immateriële schade, bijvoorbeeld pijn, psychisch leed, geldt een zwaardere eis en deze worden alleen toegekend bij ernstige en aantoonbare gevolgen. Om aanspraak te kunnen maken op schadevergoeding dient naast de wanprestatie tevens sprake te zijn van verzuim. Ook hieraan is naar het oordeel van de Geschillencommissie voldaan. De wijze waarop beklaagde klager heeft behandeld en of het door “beklaagde” gebruikte middel hebben tot gevolg gehad dat in het gelaat van klager rondom de ogen zwellingen zijn ontstaan. Had beklaagde “beklaagdes” werkzaamheden wel naar behoren uitgevoerd dan wel had beklaagde een deugdelijk middel toegepast, dan waren deze problemen niet opgetreden. De tekortkoming van beklaagde is daardoor niet voor herstel vatbaar en correcte nakoming is blijvend onmogelijk (art. 6:74 BW en art. 6:81 BW).

Het voorgaande betekent dat beklaagde aansprakelijk is voor de door klager geleden schade. Volgens de Geschillencommissie bestaat deze uit de achteraf ten onrechte betaalde behandelingskosten van € 125,00 en immateriële schade. Van verdere materiele schade is niet gebleken. Indien klager kosten had moeten betalen voor het ziekenhuis c.q. de dermatoloog, dan had het op “klagers” weg gelegen daarvan de bewijsstukken in het geding te brengen. Deze kosten kan de geschillencommissie, nu daarvan geheel niets is gebleken, niet toewijzen. De betaalde behandelkosten dient “klager” wel vergoed te krijgen.

Het recht op immateriële schadevergoeding ontstaat nu de Geschillencommissie ervan overtuigd is geraakt dat klager psychisch leed is aangedaan doordat “klager” wekenlang met een gezwollen gezicht rond heeft moeten lopen, wat niet te verbergen is. “Klager” moest werken, “klager” moest “klagers” kind naar school brengen en kon zich dus niet wekenlang lang onttrekken aan het openbare leven. Daarnaast was er voor “klager” onzekerheid of de zwellingen wel ooit volledig weg zouden gaan. Klager heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de zwelling nog steeds niet volledig geslonken is.

Of er sprake is van blijvende schade, heeft de Geschillencommissie niet kunnen vaststellen. Een medische rapportage of andere verklaringen van een arts is niet bijgevoegd. De Geschillencommissie gaat ervan uit dat de gevolgen van de botox behandeling inmiddels verdwenen moet zijn, aangezien het effect daarvan – gebaseerd op de algemene kennis van botox behandelingen –  meestal na 3-4 maanden, maar zeker na 12 maanden verdwenen moet zijn. 

De Geschillencommissie acht gezien het voorgaande – mede in het licht van de in Nederland gebruikelijke bedragen voor immateriële schade – toekennen van een bedrag van € 375,00 aan immateriële schadevergoeding op zijn plaats. 

De totale schadevergoeding die beklaagde aan klager moet betalen bedraagt derhalve 

€ 125,00 + € 375,00 = € 500,00 (zegge vijfhonderd euro).

Tuchtrechtelijke maatregel: schrapping
De Geschillencommissie heeft verder ook besloten dat er tuchtrechtelijke maatregelen dienen te worden genomen tegen beklaagde. De overtreding die de beklaagde therapeut heeft begaan – het (naar het oordeel van de geschillencommissie langdurig en veelvuldig) uitvoeren van behandelingen in strijd met de wet – is dusdanig ernstig dat hier streng tegen op getreden dient te worden. Het is direct in strijd met de beroepscode van GAT (o.a. artikel 3 sub a en artikel 4 sub h). Dit zou conform artikel 20 sub 12 van het GAT tuchtreglement kunnen leiden tot een al dan niet voorwaardelijke schorsing dan wel schrapping.

De Geschillencommissie heeft overwogen dat zij een (al dan niet voorwaardelijke) schorsing niet ver genoeg vindt gaan gezien de ernst van de overtreding. Maar ook een voorwaardelijke schrapping acht zij onvoldoende als maatregel in deze kwestie.

Het uitvoeren van behandelingen die zijn voorbehouden aan artsen is onaanvaardbaar gezien de grote gevaren voor de gezondheid. De geschillencommissie stelt vast dat dit geen incident betreft. Beklaagde heeft immers zelf blijkens de ter hoorzitting beluisterde geluidsopnamen beweerd: “ik spuit botox al 20 jaar”.

Beklaagde voert dus al langere tijd deze behandelingen uit terwijl “beklaagde” daartoe niet bevoegd is. Dat dit een voorbehouden handeling is, is iets wat bij beklaagde wel degelijk bekend is. Dat blijkt uit de schriftelijke stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is verklaard. 

Tot slot heeft de Geschillencommissie meegenomen dat beklaagde geen enkel zelfinzicht toont. “Beklaagde” blijft tot op heden ontkennen dat “beklaagde” de botox behandeling heeft uitgevoerd. De ernst van de overtreding, de aanhoudende ontkenning en het feit dat beklaagde al jaren botox-behandelingen geeft, maakt dat de Geschillencommissie geen vertrouwen heeft dat een voorwaardelijke straf zal leiden tot een gedragsverandering. Derhalve kan zij niet anders dan de maatregelen van een schrapping (beëindiging van de aansluiting bij GAT) opleggen.

De uitspraak

De Geschillencommissie beslist dat beklaagde – binnen twee weken na toezending van deze uitspraak – een totaalbedrag aan schadevergoeding van € 500,00 aan klager dient te betalen.  

 De Geschillencommissie legt tevens de maatregel van schrapping op.

 Beklaagde wordt tot slot veroordeeld in de kosten van deze procedure. Gezien de ernst van de gedragingen acht de commissie geen reden om deze kosten te matigen en wordt beklaagde veroordeeld tot betaling van het maximaal door haar toe te wijzen bedrag, te weten € 2.500,00. 

Aldus beslist te Eindhoven, op: 9 januari 2026

Door:

De heer Mr. M.C.J. de Schepper (commissie voorzitter)
mevr. mr. S.M.E. van Dijsseldonk (commissie lid)
mevr. Petra Schmidt (vakspecialist)

Deze uitspraak betreft een bindend advies. Hoger beroep tegen de uitspraak behoort niet tot de mogelijkheden. Klager en/of de beklaagde kan er wel voor kiezen deze uitspraak aan de civiele rechter voor te leggen.