Behandeld geschil GD0050

6 november 2025
niet-ontvankelijk 

 

Stichting Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten –
Nederlandlaan 234 – 2711 JH – Zoetermeer – KvK: 69709769 – st. geschil alternat thera NL63 INGB 0008108474 info@gatgeschillen.nl – Rijks erkend sinds 2017
gatgeschillen.nl

Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten
behandeld geschil

 

Behandelde geschillen worden geanonimiseerd gepubliceerd en geanalyseerd. Dit gebeurt op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn. De analyses van de behandelde geschillen zijn ter bevordering van de jurisprudentie en hebben tot doel een eenduidige geschillenbeslechting te bevorderen.

Behandelde geschillen worden door de GAT ook gepubliceerd op geschillendossier.nl

Analyse Geschilleninstantie Alternatieve Therapeuten

Analyse van de GAT betreffende dit dossier:

– Als een zorgverlener een klacht ontvangt die betrekking heeft op een andere rechtsvorm dan welke geregistreerd is voor de Wkkgz, dan kan dit gevolgen hebben.

Hieronder is de online versie te lezen waar bij het anonimiseren rekening is gehouden met de leesbaarheid: Klik hier voor het originele pdf-document

Algemeen

Betreffende: ‘Klager’ – ‘Beklaagde’
Dossiernummer: GD0050
Datum schriftelijke vastlegging: 6 november 2025

Betrokkenen:

(1) ‘Klager’
(2) ‘Beklaagde’
(3) GAT-ambtelijk secretaris

Verloop procedure

 

Verwijderd – verder: klager – heeft een klacht ingediend tegen Verwijderd (bedrijf 1). Verwijderd (bedrijf 1) – verder: beklaagde – heeft daar verweer tegen gevoerd door te stellen dat klager niet-ontvankelijk is in (klagers) klacht omdat (bedrijf 1) niet bij GAT is aangesloten. (beklaagde) is vennoot van zowel (bedrijf 1) als van verwijderd (bedrijf 2) – welk laatste bedrijf wel is aangesloten bij GAT. Klager heeft verwezen naar de nauwe verbondenheid van beide bedrijven. Klager was eerst klant bij (bedrijf 2) en is door haar vennoot, (beklaagde), doorverwezen naar (beklaagdes) andere bedrijf (bedrijf 1). Daarom zou de zaak volgens verwijderd (klager) wel ontvankelijk zijn. De commissie zal eerst moeten oordelen of zij bevoegd is om van de klacht van klager tegen beklaagde kennis te nemen en aldus of deze klacht al dan niet ontvankelijk is.

De uitspraak

Verwijderd (bedrijf 2) is aangesloten bij GAT. (bedrijf 1) is niet aangesloten bij GAT. De klacht van klager gaat specifiek over de activiteiten van (bedrijf 1). Dat (bedrijf 1) en Verwijderd (bedrijf 2) eenzelfde vennoot hebben in de persoon van (beklaagde) doet daar niets aan af. Dat klager door (beklaagde) in het kader van de relatie van Verwijderd (bedrijf 2) doorverwezen is naar (bedrijf 1) doet daar ook niets aan af. De geschillencommissie moet op basis van de Wet en de regelgeving beoordelen of er sprake is van ontvankelijkheid van de klacht van klager tegen beklaagde, zijnde Verwijderd (bedrijf 1). In artikel 9 lid 3 van het klachtenreglement staat vermeld dat een klacht niet in behandeling kan worden genomen als de zorgaanbieder tegen wie de klacht is gericht niet is aangesloten bij GAT. De vraag is dan wie te gelden heeft als zorgaanbieder; de VOF of de individuele vennoot? De definitie van een zorgaanbieder is opgenomen in artikel 1 lid 1 van de WKKGZ. In dit artikel staat dat een zorgaanbieder betreft een instelling of een solistisch werkende zorgverlener. Klager heeft de klacht ingediend tegen Verwijderd (bedrijf 1). Verwijderd (bedrijf 1) is een VOF en dus geen individuele zorgverlener. De zorgverlener is degene die aangesloten moet zijn bij GAT om de klacht in behandeling te kunnen nemen. En reeds is vastgesteld dat (bedrijf 1) – tegen wie de klacht is gericht – niet aangesloten is bij GAT. (bedrijf 2) is wel aangesloten bij GAT maar over de dienstverlening van deze instelling (lees: zorgaanbieder) gaat de klacht van klager niet. De geschillencommissie kan aldus alleen een klacht gericht tegen de dienstverlening van zorgverlener Verwijderd (bedrijf 2) in behandeling nemen. Nu hiervan geen sprake is zal de Geschillencommissie de klacht van klager tegen Verwijderd (bedrijf 1) niet-ontvankelijk verklaren.

Aldus beslist te Eindhoven, op: 6 november 2025

Door:

De heer Mr. M.C.J. de Schepper (commissie voorzitter)

Deze uitspraak betreft een bindend advies. Hoger beroep tegen de uitspraak behoort niet tot de mogelijkheden. Klager en/of de beklaagde kan er wel voor kiezen deze uitspraak aan de civiele rechter voor te leggen.